Gevolgen regeerakkoord voor het mkb

Gevolgen regeerakkoord voor het mkb

MKB-Nederland en VNO-NCW hebben voor hun leden een eerste scan gemaakt van de belangrijkste maatregelen voor ondernemingen. 

Omdat de voorgenomen maatregelen erg ingrijpend zijn, delen wij deze graag met u. Het is een vrij lijvig stuk, maar zeker de moeite waard om door te nemen. Ook voor niet-ondernemers!


Voor de ondernemers springen de onderwerpen: ontslagrecht en flexibele arbeidsrelelaties in het oog. Voor de particulieren het onderwerp: woningmarkt.


Hier onder staan de aanpassing per onderwerp voor u gerangschikt.



Overheidsfinancien

Het nieuwe kabinet bezuinigt per saldo ongeveer 16 miljard. Op de overheidsuitgaven bespaart het ongeveer 9 miljard euro. Via lastenverzwaringen wordt 6 miljard euro aan extra inkomsten ontvangen en verder komt 1 miljard extra binnen aan overige inkomsten. In 2017 is er nog steeds een begrotingstekort van 1,5 procent.

Van de besparing op de overheidsuitgaven komt het grootste deel uit de zorg (ongeveer 5 miljard euro). De zorg is ook de grootste groeipost. Na deze bezuiniging groeien de zorguitgaven nog steeds met een kleine 2 procent (reëel). Verder bespaart het kabinet op de overheid zelf; ruim 2,5 miljard, op internationale samenwerking 1 miljard en sociale zekerheid een kleine miljard euro.

Lasten bedrijfsleven

De extra lastenverzwaringen worden voor 2,5 miljard euro opgebracht door het bedrijfsleven.

De grootste betreft de premieverhoging voor de WW van 1,3 miljard euro. Daar staat echter tegenover dat het plan om de eerste zes maanden WW-uitkering van werknemers te verhalen op hun werkgever niet doorgaat (dat zou 1 miljard gekost hebben aan werkgevers). Daarnaast gaan de kosten voor ontslag omlaag.

Op fiscale faciliteiten voor bedrijven (afdrachtsvermindering voor onderwijs en innovatiefaciliteiten) wordt ruim een half miljard bespaard. Tegenover deze lastenverzwaring staan een nieuwe subsidieregeling voor de onderwijskosten en een hogere toeslag voor publiek private innovatiesamenwerking (TKI toeslag).

De zelfstandigenaftrek wordt versoberd met 500 miljoen. Het kabinet motiveert dat door te stellen dat het fiscale verschil tussen werknemers en zzp-ers verminderd moet worden. Wat ons betreft moet dit ondernemers zo min mogelijk raken.

Tot slot wordt de assurantiebelasting verhoogd, zoals al in het deelakkoord voor de begroting van 2013 was opgenomen.


Verder

De PBO (‘schappen’) wordt opgeheven. Dat leidt tot een beperkte lastenverlichting voor een deel van het bedrijfsleven, maar ook vervallen de nuttige taken die zij verrichten.

De inkomensgrens voor de werkgeverspremie Zvw gaat naar 70.000 euro. Dat leidt tot een herverdeling: voor lagerbetaalden wordt minder zorgpremie betaald door de werkgever en voor hogerbetaalden meer.

Specifiek voor woningcorporaties gaat de verhuurderheffing omhoog met 1,2 miljard euro. Zij krijgen wel meer mogelijkheden de huur te verhogen.

Lasten burgers

Het lastenbeeld voor burgers wordt gedomineerd door nivellerende maatregelen: een inkomensafhankelijke zorgpremie en eigen risico en aftopping van de aftrekbaarheid van pensioenpremies. Tussen minimumloon en ongeveer 70.000 euro komt een nieuwe zorgpremie van ruim 11 procent.

De arbeidskorting wordt verhoogd, de tarieven van de 2e, 3e en 4e schijf worden verlaagd, terwijl de pensioenopbouw wordt versoberd en de hypotheekrenteaftrek geleidelijk beperkt.

Verschillende accijnzen worden verder verhoogd (alcohol, tabak, diesel, lpg), evenals de assurantiebelasting (deelakkoord). En in de sfeer van kindregelingen vindt versobering plaats.

Per saldo leidt dit tot een lastenverzwaring van 2,5 miljard.

Economische effecten

Tot 2017 stijgt de economische groei en de consumptie iets minder dan zonder bezuinigingen en lastenverzwaringen. Ook de werkloosheid neemt toe volgens het CBP.

De loonkosten voor bedrijven komen iets lager uit. De werkgelegenheid in de marktsector blijft gelijk.

Op de lange termijn neemt de werkgelegenheid af. Dat komt vooral door de nivellering in de zorg.

Bedrijfslevenbeleid, topsectorenbeleid en innovatie

Het nieuwe kabinet zet het bedrijfslevenbeleid en topsectorenbeleid onverminderd voort en handhaaft de ambitie om tot de top 5 kenniseconomieen te horen.

Innovatie

Door verschuiving wordt 110 miljoen euro vrijgemaakt voor samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen.

Vanuit het NWO (wetenschappelijk onderzoek) blijft structureel 275 miljoen op jaarbasis expliciet bestemd voor innovatiecontracten met de topsectoren. Dat is een belangrijke stap om te komen tot een meerjarig perspectief voor de topsectoren.

Voor fundamenteel onderzoek komt 100 miljoen extra beschikbaar. Een deel hiervan is bestemd voor de noodzakelijke publieke co-financiering voor deelname van onder meer het bedrijfsleven aan Europese onderzoeksprogramma’s (Horizon 2020).

Stevige aanpak regeldruk met benutting ICT

Positief is dat het kabinet onnodige regeldruk fors aanpakt. Dat komt groei en ondernemerschap ten goede.


In 2017 moet de regeldruk met in totaal 2,5 miljard verminderd zijn.

Aanvalsplan op regeldruk in 15 private en publieke sectoren waar de regels welig tieren.

Bedrijven en burgers kunnen hun overheidszaken (o.a. vergunningen) digitaal afhandelen.

Via het Ondernemingsdossier hoeven bedrijven hun gegevens nog maar een maal in te dienen.

Ambitieuze ICT paragraaf

Voor het eerst bevat een regeerakkoord een goede ICT doelstelling.

Er komen tien publiek-private doorbraakprojecten, onder meer gericht op het vergroten van het gebruik en de kennis van ICT door het midden- en kleinbedrijf, in de topsectoren en in sectoren als onderwijs en zorg. Doorbraakprojecten zijn nodig om zichtbar te maken de productiviteitsverhoging door ICT, aanboren van nieuwe afzetmarkten (eCommerce) en op daadwerkelijke innovatie met ICT uitgangspunt.

Tegelijkertijd benoemt het Regeerakkoord terecht het belang van een goede gezamenlijke aanpak voor cybersecurity.

Mainports, brainports en greenports

Economische gebieden rond mainports, brainports en greenports krijgen prioriteit in het ruimtelijk beleid.

Onderwijs

Het kabinet investeert per saldo licht in onderwijs en onderzoek.

Met bedrijfsleven en onderwijsinstellingen sluiten ze een Techniekpact 2020 om het techniekonderwijs te verbeteren en meer studenten op te leiden.

Vermindering van het aantal opleidingen (tegengaan versnippering) in het mbo en hoger onderwijs. De keuze voor te schrappen opleidingen wordt gemaakt op basis van arbeidsmarktrelevantie.

De ingezette samenwerking tussen bedrijfsleven en mbo wordt voorgezet. Het kabinet investeert 250 miljoen in het mbo gekoppeld aan prestatieafspraken met instellingen. Er komt een kortingskaart openbaar vervoer voor scholieren in het mbo.

De kenniscentra worden samengevoegd en ondergebracht bij de SBB.

In het hoger onderwijs zet het nieuwe kabinet het beleid voort om de bekostiging van instellingen meer op basis van kwaliteit te laten plaatsvinden.

Ontslagrecht

Er komt een nieuw ontslagsysteem met één ontslagroute: het UWV geeft bij voorgenomen opzegging binnen 4 weken een advies. De ontbinding van arbeidsovereenkomsten door de kantonrechter vervalt. De huidige opzegtermijnen blijven gehandhaafd.

De regels die gelden voor ontslag blijven inhoudelijk hetzelfde. Wel mag bij CAO worden afgeweken van het afspiegelingsbeginsel.

De werkgever moet een “transitiebudget” betalen van een kwart maandloon per dienstjaar, tenzij het ontslag wordt gegeven wegens de slechte financiële positie van het bedrijf. Dat geldt voor alle contracten van langer dan een jaar.

De werknemer kan het ontslag laten toetsen bij de rechter, waarbij het UWV advies zwaar weegt. Als de rechter het ontslag onterecht acht kan hij een schadevergoeding opleggen van maximaal een half maandsalaris per dienstjaar, tot maximaal 75.000 euro.

Dit leidt per saldo tot een lastenverlichting voor het bedrijfsleven.

WW

De plannen om de eerste zes maanden WW bij de werkgever te verhalen (1 miljard euro) vinden geen doorgang. Daarvoor in de plaats komt een WW premieverhoging van 1,3 miljard euro.

De duur van de WW wordt verkort naar maximaal 24 maanden, waarvan de laatste 12 maanden op minimumloonniveau. Bestaande opbouw wordt gerespecteerd. Werklozen moeten eerder alle beschikbare werk aanvaarden. (De definitie van passende arbeid wordt aangescherpt.) 55-Plussers die ontslagen worden krijgen tien jaar recht op een ongetoetste minimumuitkering zonder partner- of vermogenstoets, maar met sollicitatieplicht.

Flexibele arbeidsrelaties

Er zijn op dit moment geen concrete plannen om de flexibele arbeidscontracten te beperken. Het kabinet wil wel samen met sociale partners kijken naar de bescherming van mensen met flexcontracten, waarbij onder meer zal worden gekeken naar de ketenregeling (opeenvolgende tijdelijke contracten) en naar concurrentiebedingen in tijdelijke contracten.

Quotum arbeidsgehandicapten voor (middel-)grote bedrijven

Er komt een quotum voor het in dienst hebben van arbeidsgehandicapten. Dat quotum wordt geleidelijk opgebouwd en over 6 jaar moet ieder bedrijf met 25 of meer werknemers heeft, 5 procent arbeidsgehandicapten in dienst hebben. Voor iedere arbeidsgehandicapte die het bedrijf minder in dienst heeft, komt er een boete van 5.000 euro. VNO-NCW en MKB Nederland verzetten zich tegen deze quotumregeling.

Ten aanzien bovenstaande arbeidsmarktmaatregelen (ontslagrecht, ww, flexibele arbeid en quotum) wil het kabinet komen tot een sociale agenda met de Stichting van de Arbeid. Daarbij kunnen alternatieven op tafel komen, die echter financieel hetzelfde moeten opleveren.

Pensioenen

Fiscaal gefaciliteerd pensioensparen wordt beperkt, zowel in de tweede als in de derde pijler. Het maximale opbouwpercentage in pensioenregelingen wordt extra verlaagd met 0,4 procent naar 1,75 procent. Verder wordt het fiscaal vrij sparen voor pensioen beperkt tot een inkomen van maximaal 100.000 euro. Boven de 100.000 euro kan niet langer fiscaal gefacilieerd pensioen worden opgebouwd.

AOW

De AOW-leeftijd wordt iets sneller verhoogd dan in het lenteakkoord was voorzien: in 2018 is de leeftijd 66 jaar en in 2012 wordt de leeftijd van 67 jaar bereikt. Daarna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Er komt een overbruggingsregeling voor mensen die per 1 januari 2013 deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling.

Er komt een doorwerkbonus voor werknemers vanaf 61 jaar met een laag inkomen. Daardoor kunnen mensen die doorwerken tot 65,5 jaar in 2021 op die leeftijd met pensioen in plaats van op 67 jaar, zonder gevolgen voor hun inkomen.

Overheid zelf en openbaar bestuur

De overheid zelf bezuinigt ruim 2,5 miljard euro op het ambtenarenapparaat en de bedrijfsvoering: een compacte en flexibele overheid

De rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren worden gemoderniseerd en meer gelijkgetrokken met de private sector (afschaffen wachtgeldregelingen, ontslagrecht).

Het nieuwe kabinet wil op termijn vijf landsdelen - waarin de waterschappen opgaan - en gemeenten die moeten samengaan totdat zij minimaal 100.000 inwoners hebben. Een terecht en noodzakelijke modernisering van het openbaar bestuur, waarmee hindermacht van onduidelijke en versnipperde verdeling van bevoegdheden wordt weggenomen en de bestuurlijke dichtheid vermindert. De schaal van bestuur wordt zo gelijk aan de schaal van de problematiek.

Het BTW-compensatiefonds voor gemeenten wordt afgeschaft, wat inhuur van commerciële diensten duurder maakt voor de gemeenten. partijen die door gemeenten worden ingehuurd.

Toezichthouders

De privacytoezichthouder, het College Bescherming Persoonsgegevens, krijgt meer bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid meer boetes uit te delen. Bij de bouw van systemen en het aanleggen van databestanden is bescherming van persoonsgegevens uitgangspunt. Het Regeerakkoord verplicht om daar voortaan een privacy impact assessment (PIA) standaard bij te voegen. Inbreuken door de overheid zijn voorzien van een horizonbepaling en worden geëvalueerd.

De kosten van toezicht van DNB en AFM worden doorbelast naar de sector.

NMa er komen meer kartel boetes.

Gezondheidszorg

In de curatieve zorg (huisartsen, GGZ en ziekenhuizen) gaat het kabinet door met de beperking van de stijging van de uitgaven (2 procent voor de ziekenhuis zorg en 2 1/2 procent voor de huisartsen).

Het basispakket wordt stringent beheerd en er komt een kosten-baten afweging wat wel en niet verplicht verzekerd is.

De hele langdurige geestelijke gezondheidszorg en verpleging thuis wordt over geheveld naar de zorgverzekeringswet. Dat leidt tot stijging van de premie, ook voor werkgevers. Deze wordt gecompenseerd via een lagere Aof premie in de komende kabinetsperiode.

Het stelsel met zorgverzekeraars die risico dragend zorg inkomen bij zorgaanbieders blijft bestaan. Daar zijn wel kanttekeningen bij te maken. Door de verlaging van de nominale premie, krijgen verzekeraars voor 85 procent hun inkomsten uit belastingheffing. Dat maakt concurrentie minder en doet daarmee afbreuk aan de prikkel om scherp in te kopen. Het kostenbewustzijn bij verzekerden en patiënten vermindert: door de lage nominale premie ziet men niet meer wat de zorg kost. Verzekeraars zullen ook minder investeren nu nationalisatie op de loer ligt, aldus het CPB.

De ouderenzorg en gehandicaptenzorg gaan deels naar de gemeenten en deels naar een nieuw landelijke uitvoeringsorgaan. Het recente SER-advies adviseerde juist om de ouderenzorg door zorgverzekeraars uit te laten voeren.

Tevens wordt de ouderenzorg versoberd. Dagbesteding verdwijnt en huishoudelijke hulp is er alleen in bijzondere situaties voor lagere inkomens.

In totaal wordt op de langdurende zorg bijna 4 miljard bespaard.

Woningmarkt

In de koopmarkt verlaagt het kabinet stapsgewijs de hypotheekrenteaftrek met een half procentpunt per jaar tot het nieuwe tarief van de tweede en derde schijf, 38 procent. De opbrengst wordt - ook stapsgewijs - teruggegeven via een lager toptarief en verlenging van de derde schijf, zodat mensen vanaf een hoger inkomen pas onder het toptarief vallen. Hier profiteren ook huurders van. Het eigenwoningforfait blijft ongewijzigd.

De plannen uit het lenteakkoord dat voor nieuwe hypotheken annuitair moet worden afgelost gaan door.

Om starten en doorstromen tijdelijk te stimuleren neemt het kabinet verschillende maatregelen: de restschuld bij verkoop blijft vijf jaar aftrekbaar en er komen meer aantrekkelijke leningen (via de Stichting Volkshuisvesting Nederland) voor starters.

Corporaties mogen (inkomensafhankelijk) hogere huren in rekening brengen bij hun huurders. Daarbij mogen ze differentiëren binnen de totale huursom (huursom benadering).

De maximale huur wordt afhankelijk van de WOZ waarde.

De extra huuropbrengst wordt wel gedeeltelijk afgeroomd met een extra heffing van 1,2 miljard euro.

Verder komen corporaties onder directe sturing van (grote) gemeenten te staan.

Winstbelasting

De verschillen in belastingheffing tussen zelfstandigen en werknemers worden verminderd. Per saldo zal dit vooral voor zelfstandigen zonder personeel leiden tot een vermindering van de fiscale faciliteiten. Wel zal in een mogelijke winstbox het urencriterium komen te vervallen.

De belastingrente wordt verhoogd. Voor de vennootschapsbelasting wordt deze gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties met ondergrens van 8 procent. De belastingrente voor de overige belastingmiddelen en invorderingsrente worden aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties gekoppeld met een ondergrens 4 procent. Dit betekent een lastenverzwaring van bijna 250 miljoen euro.

Financiering bedrijfsleven en financiële sector

Het kabinet kiest ervoor mee te doen aan een FTT (financiële transactietaks), maar wil daarbij de pensioensector buiten beschouwing laten. Het kabinet wil verder de buffers van de grote Nederlandse banken meer verhogen dan Europees nodig is.

De bestaande overheidsinstrumenten voor kredietverlening worden versterkt. De Garantie Ondernemingsfinanciering wordt structureel en het kredietplafond voor microfinanciering gaat omhoog en er komt meer ruimte voor het verstrekken van risicodragend vermogen door het Innovatiefonds MKB+ en voor nieuwe alternatieve financieringsvormen. Voor exportfinanciering biedt het nieuwe kabinet (nog) niet de noodzakelijke herfinancieringsfaciliteit.

Positief is dat het kabinet streeft naar een Europese bankenunie.

Energie

De SDE plus subsidie wordt uitgebreid om de hogere doelstelling van 16 procent duurzame energie in 2020 te halen. Dat betekent dat ook SDE heffing verhoogd wordt. Deze wordt grotendeels gecompenseerd.

Kleinschalig opwekken van zonne-energie wordt fiscaal gesubsidieerd door invoering van een verlaagd tarief in de eerste schijf van de Energiebelasting voor energie van dergelijke leveranciers. Dat wordt gefinancierd uit generieke verhoging van de eerste schijf van de energiebelasting.

Nader bezien wordt een leveranciersverplichting en bijmengverplichtingen. Randvoorwaarde is de concurrentiepositie van de energie-intensieve sectoren

De extra 200 miljoen uit het lenteakkoord onder meer voor een revolverd fonds energiebesparing wordt nu ook na 2013 geschrapt. Daardoor blijft een belangrijke belemmering voor verduurzaming van gebouwen bestaan.

Het budget van de verhoging van de energiebelasting voor bedrijven (vanaf de huidige 2e schijf) in 2013 kan worden benut voor andere (energie- en milieu) kosten van bedrijven.

Ruimte en natuurbeleid

De ruimtelijke wet- en regelgeving wordt verder gestroomlijnd, omdat de besluitvorming over ruimtelijke projecten eenvoudiger en sneller moet. In 2013 komt er een wetsvoorstel Omgevingswet ter vervanging van o.a. de wet ruimtelijke ordening en de waterwet.

Er komt een databank voor ruimtelijke gegevens.

Voor natuurbeleid wordt een pragmatische inzet gekozen, waarbij wat ons betreft een goede balans tussen natuurbeleid en ruimte voor economische ontwikkeling gevonden moet worden. Voor de uitvoering van de Ecologische Hoofdstructuur wordt meer tijd genomen. Het beheer en beschermen van bestaande natuurgebieden krijgen voorrang. Het wetsvoorstel Natuurbeschermingswet wordt aangepast: beschermingsniveaus worden geharmoniseerd.

Transport en infrastructuur

Het kabinet bezuinigt niet op infrastructuur en gaat door met de voorgenomen aanpak van knelpunten op de weg.

Er komt geen kilometerheffing. Het Eurovignet wordt toegespitst op schonere vrachtwagens. Meeropbrengsten worden geïnvesteerd in wegen.


Internationaal en EU

Positief is het uitgangspunt in het internationale beleid dat Nederlandse bedrijven grote belangen in het buitenland hebben en dat het beleid erop gericht is die belangen te behartigen en te beschermen.

Het kabinet neemt een positieve houding aan ten opzichte van de Europese Unie.

Er komt een Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Wij gaan ervan uit dat de koppeling met ontwikkelingssamenwerking benut wordt als een kans om Nederlandse bedrijven beter te faciliteren bij hun bijdragen aan de economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden en opkomende markten.

De handelsagenda wordt in het regeerakkoord niet ingevuld. De vele handelskansen voor de topsectoren dienen centraal te blijven staan in het handelsbeleid.

Er ligt een belangrijke agenda voor de Minister van Handel en Ontwikkelingssamenwerking: een sterke aanwezigheid in de voor het bedrijfsleven belangrijke landen, het verder vormgeven van de economische diplomatie en het verder tegengaan van protectionisme en handelsbelemmeringen.

Het bevorderen van de handel en export vereist ook een first in class exportfinancieringsinstrumentarium, hetgeen een belangrijke voorwaarde is voor het bevorderen van de export en daarmee de economische groei.

Er wordt bezuinigd op het postennetwerk, maar tegelijkertijd blijft economische diplomatie wel een zware component in het werk van de posten. Dit mag inderdaad door de bezuiniging niet onder druk komen te staan en diplomatieke posten in landen waar economische kansen liggen in Nederland dienen in stand te worden gehouden.

Er wordt bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking, oplopend tot 1 miljard euro in 2017.

Er komt een revolverend fonds van 750 miljoen waarmee investeringen van bedrijven in ontwikkelingslanden kunnen worden gefaciliteerd. Dit revolverend fonds kan mogelijkheden bieden voor onze wens tot een instrument voor concessionele leningen voor activiteiten van het Nederlands bedrijfsleven in ontwikkelingslanden en opkomende markten.

Diversen

Verhoging van accijnzen op alcohol, tabak, lpg en diesel.

In de werkkostenregeling wordt de verhoging van de vrije ruimte van 0,1 procent teruggenomen.

Topinkomens in de (semi-)publieke sector, ook onderwijs en zorg en woningcorporaties wordt verlaagd naar 100 procent van een ministerssalaris in plaats van 130 procent.

Het geld dat gemeenten nu niet aan scholenbouw besteden, maar er wel voor bestemd was, gaat direct naar scholen, die het daarmee zelf kunnen investeren in (ver-)bouw.

Het kabinet laat de ambitie los voor de organisatie van de Olympische spelen in 2028.

De minimumleeftijd voor het kopen van alcohol wordt 18 jaar.

In het deelakkoord voor de begroting van 2013 stond al de verhoging van de assurantiebelasting en het terugdraaien van de woon-werkmaatregel.

Voor ondernemers wordt een uitstelregeling ontworpen, die ruimer is dan het huidige voorstel in het Belastingplan 2013. De grens voor de uitstelregeling wordt opgetrokken van 12.000 euro naar 20.000 euro, dezelfde grens bestaat al voor particulieren.

Maximale hoogte van de variabele beloning in de financiële sector is 20 procent van de vaste beloning.

Cultureel ondernemerschap. De BTW verhoging voor podium- en beeldende kunsten gaat definitief niet door. Cultureel ondernemerschap krijgt een stimulans.




© Assurantiekantoor Goossens BV. Hier vindt u onze algemene voorwaarden en onze disclaimer over het gebruik van deze website